Op dit moment willen wij graag onder ouders en medewerkers duidelijkheid verschaffen over de te hanteren richtlijnen van het RIVM.

Nadat wij onze locatiemanagers hebben bevraagd hebben wij ook navraag gedaan bij de GGD. Het volgende komt hier uit en is voor KOV-Hebbes leidend m.b.t. de opvang van kinderen met symptomen omtrent het coronavirus.

Kinderen bij KOV-hebbes kunnen wij opvangen wanneer;

Hij/zij GEEN koorts heeft (= een temperatuur van 38 graden of hoger)
– Niet neusverkouden is. Let op dit moeten nieuwe symptomen zijn. Een kind dat vaak snotterig is kan gewoon worden opgevangen. Ook na een negatieve COVID-19 test is uw zoon of dochter weer welkom, bij nieuwe klachten geldt deze test echter niet meer.
Als een kind niet hoest of niest
– Een kind niet klaagt over keelpijn
– Als een kind niet benauwd is

Dit betekent in de praktijk dat een kind dat regelmatig snottert gewoon kan worden opgevangen. (= een herkenbaar beeld bij het betreffende kind)Ook chronische klachten en hooikoorts betekenen dat een kind gewoon kan worden opgevangen. Hooikoorts klachten zijn verkoudheidsklachten altijd in combinatie met niezen. Als houder hebben wij de informatie die ouders ons verschaffen aan te nemen.

Bij een niet te verklaren verkoudheid blijft het desbetreffend kind thuis. Broertjes/ zusjes mogen wel naar de opvang komen. Bij koorts en/of benauwdheidsklachten blijft het gezin thuis.

Zien onderstaande tekst uit de handreiking van de GGD’s

Kinderdagverblijf of medisch kinderdagverblijf

Als de klachten van een kind als herkenbaar onveranderd passen bij een reeds bestaande aandoening (zoals hooikoorts of astma) mag het kind naar de opvang. Bij verandering van het klachtenpatroon of bij het ontstaan van nieuwe klachten naast het bekende klachtenpatroon blijft het kind thuis tot deze nieuwe klachten voorbij zijn of het bekende klachtenpatroon is teruggekeerd. 

Zo nodig beoordeelt een aan de GGD verbonden jeugdarts of arts infectieziektebestrijding de situatie van het individuele kind, in overleg met ouders, kinderopvang en eventueel de huisarts of behandelend arts. Bij twijfel over de oorzaak van de klachten kan het kind getest worden om COVID-19 uit te sluiten of aan te tonen.

Bij een kind met nieuw ontstane milde klachten, die langer dan een week aanhouden, kan er overwogen worden een test uit te voeren als dit consequenties heeft voor de opvang.

Indien aan een medisch kinderdagverblijf een kinderarts of jeugdarts is verbonden kan deze de situatie van het individuele kind beoordelen. Als deze arts het nodig acht om het kind te testen (om te voorkomen dat kwetsbare groepsgenoten mogelijk besmet raken) neemt hij/zij contact op met de arts infectieziektebestrijding van de GGD.

 

Kov-hebbes Covid spelregels